
storage winter expedition
Mijn droom is een natuurlijk leven.
Met vaardigheden die dicht bij de
natuur staan en een leefomgeving die vooral bestaat uit natuurlijke
materialen.
Tijdens mijn werk in Archeon geef ik uitbeelding in de prehistorie en
beleef ik de geschiedenis zoals het zou kunnen zijn geweest. In een tijd
zonder grootschalige industrie, digitalisatie en plastic. Als de moderne
techniek weg valt kom je vanzelf dichter bij de natuur te staan. In de
afgelopen jaren is mijn beeld van het prehistorisch leven veranderd. Van
overleven naar een vanzelfsprekende manier van leven die voor ons als
mens duizenden jaren gewoon is geweest.
Aankomende februari krijg ik de kans om nog dieper te ervaren hoe het
is om in de steentijd te leven. Onder begeleiding van Markus Klek ga ik
10 dagen op expeditie in Zweden om in winterse omstandigheden mijn
steentijd-technieken te beoefenen.
Dat betekend een intensieve voorbereiding. “Winter is coming”.
Een waslijst aan materialen die moeten worden verzameld, kleding die
moet worden gemaakt, steentijd gereedschap verzameld.
Vuur, water, eten en shelter. De vier belangrijkst onderdelen om te
kunnen leven.
Mijn kleding is de belangrijkste eerste verdediging en shelter tegen de
kou en wind.
We gaan 5 dagen slapen in een Sami-hut. En 5 dagen rondtrekken op
sneeuwschoenen en slapen in een slaapzak van rendierhuiden.
Gelukkig heb ik de afgelopen jaren veel historische en prehistorische
vaardigheden uitgeprobeerd. Daar heb ik veel halffabrikaten aan over
gehouden. Het lijkt wel of alles wat ik de afgelopen jaren heb geleerd
samen gaat komen in deze expeditie. Al mijn leer-looi-experimenten
hebben er voor gezorgd dat ik al veel bruikbaar leer heb liggen.
Daar heb ik de buitenste laag van mijn jas van kunnen maken en
schoenen.
Ik ben dankbaar voor alle mensen en dieren die mij hebben geholpen
om deze reis te verwezenlijken. Bijvoorbeeld de vele hazenvellen die
me zijn geschonken door lokale jagers en natuurlijk mijn dankbaarheid
voor de haasjes die doorleven in een onderjas gemaakt van hun warme
en super zachte velletjes. De wildslagers die hertenvellen voor me
hebben bewaard die anders als slachtafval zoude zijn weggegooid.
Tussen al mijn historische crafts door leef ik in een redelijk normaal en
erg leuk huis met man en kind. Mijn werkkamer is tijdens alle
voorberijdingen geëxplodeerd vol met dierenvachten, leer, hout,
vuursteen, schelpen, aardewerk potjes, vezels en... noem maar op. En
wat moet je met een voorraad botjes? Nou gereedschap maken, en
knopen voor aan mijn jas. Een hoop natuurlijke materialen die normaal
als afval worden gezien hebben bij mij hun nut. Zelfs het as uit de
houtkachel bewaar ik. Daar maak ik loog van voor het ontharen van
dierenvellen. Of je kan er zeep van maken. Dat vind ik dus zo mooi aan
het historische leven. Afval bestaat niet. En als het toch afval blijkt te
zijn, kan het in de kachel of op de composthoop.
Een ander belangrijk onderdeel van mijn steentijd-beleving is het eten.
Als een soort eekhoorn heb ik de afgelopen herfst als een malle voedsel
verzameld.
Vanaf eind augustus wist ik dat dit avontuur en aan zat te komen, dus
gelukkig heb ik gebruik kunnen maken van afgelopen herfst om veel
noten en bessen te verzamelen.
Deze herfst was een mastjaar voor de eik, dus een van de belangrijkste
voedselbronnen gaat eikenmeel zijn.
Een lijst met eten:
Noten
eikels, hazelnoten, walnoten
Gedroogd fruit
meidoorn-bessen, rozenbottels, kweepeer, appel, druif, bramen en
zwarte bessen
Gedroogde groente
Pastinaak en prij
Gedroogde kruiden
munt, salie, peterselie, brandnetel
Gedroogd en/of gerookt vlees en vis
rundvlees, ronder-niervet, gerookt spek, gerookte makreel,
rendiervlees,
Tijdens het rondtrekken gaan we weinig vuur maken. Veel van ons
drinken zal bestaan uit het eten van sneeuw. Het betekend ook dat we
geen warm eten kunnen koken. Voor deze dagen maak ik onder andere
pammican.
Pammican is het ideale reisvoedsel.
Het bestaat uit 1/3 gedroogd mager rundvlees of ander vlees dat je ook
rauw kan eten.
1/3 niervet en eventueel 1/3 gedroogd fruit of noten.
Voor het gedroogde vlees heb ik gekozen voor magere runder
riblappen. Ik heb het vlees aan dunne reepjes van maximaal piekdikte
gesneden. Een uur laten rusten in water met een flinke scheut zout. Dit
helpt om het vlees makkelijker te laten drogen. Alle reepjes op een stok
geregen en 3 dagen laten drogen boven de houtkachel. Totdat het vlees
zo droog is dat het breekbaar wordt. Het vlees vermalen. Vroeger werd
dat gedaan door het vlees tussen stenen te malen of in een stenen
vijzel.
Het niervet snij je eerst in kleine stukjes. Niervet is hard vet dat langer
bewaard kan blijven dan andere dierlijke vetsoorten. Die stukjes gaan in
een pan. Deze pan heb ik op mijn houtkachel verwarmd totdat al het vet
gesmolten was. De kleine stukjes bindweefsel worden ouderwetse
kaantjes. Het vet rustig blijven verwarmen tot er geen kleine bubbeltjes
uit het vet omhoog komen. Dit is het water wat verdampt. Het vloeibare
vet door een zeef heen halen en in potten bewaren.
Dit geklaarde vet kan jaren goed blijven ook buiten de koelkast. Zolang
het in een dichte pot zit en niet ranzig kan worden door contact met
zuurstof.
Pammican kan je maken met alleen gedroogd vlees en vet. Maar je kan
variëren in de smaak door gedroogd fruit, noten en honing toe te
voegen. Noten zorgen er voor dat de pammican minder lang houtbaar
blijft.
Ik ga een aantal verschillende variaties maken. Zodat ik tijdens mijn
meerdaagse sneeuwtocht culinair kan genieten van mijn zelfgemaakt
pammacan.
Tijdens onze meerdaagse cursussen koken we meestal op houtvuur.
We bekijken per locatie en jaargetijden of we eetbare planten kunnen
vinden.













